Naam jongste zoon van Jakob en Rachel

15 maart 2026

In het Bijbelse boek Genesis speelt het verhaal van Jakob en Rachel een belangrijke rol. Hun liefdesgeschiedenis, worstelingen en gezin vormen een kernonderdeel van het Oude Testament. Een veelgestelde vraag daarbij is: wat is de naam jongste zoon van Jakob en Rachel? In dit artikel lees je wie deze zoon was, hoe hij zijn naam kreeg en waarom hij van betekenis is in de bijbelse traditie.

Het huwelijk van Jakob en Rachel

Jakob was een van de aartsvaders van het volk Israël. Hij was de zoon van Isaak en Rebekka, en de kleinzoon van Abraham. Tijdens zijn verblijf bij zijn oom Laban werd Jakob verliefd op diens dochter Rachel. Hij werkte jarenlang om haar tot vrouw te krijgen, maar werd eerst misleid en trouwde met haar oudere zus Lea. Pas later kon hij alsnog met Rachel trouwen, met wie hij een diepe band had.
Rachel bleef lange tijd kinderloos, wat in de context van die tijd als een groot verdriet werd gezien. Pas na jaren kreeg ze een zoon: Jozef. Hij werd door Jakob als een favoriet beschouwd, mede door zijn sterke liefde voor Rachel.

De geboorte van Benjamin

De naam jongste zoon van Jakob en Rachel is Benjamin. Hij werd geboren als tweede zoon van Rachel, na Jozef. De geboorte vond plaats tijdens een reis, op weg naar Efrat (het latere Bethlehem). Rachel had een zware bevalling en stierf kort daarna.
Voordat ze overleed, gaf Rachel haar pasgeboren zoon de naam Ben-Oni, wat ‘zoon van mijn smart’ betekent. Jakob besloot de naam echter te veranderen in Benjamin, wat meestal wordt vertaald als ‘zoon van de rechterhand’ of ‘gelukskind’. Deze naamsverandering symboliseerde het verdriet van de moeder en de hoop van de vader.
Benjamin groeide op zonder zijn moeder, maar kreeg een belangrijke plaats binnen de familie van Jakob.

Benjamin en zijn rol binnen de twaalf stammen

Benjamin werd later stamvader van de stam Benjamin, een van de twaalf stammen van Israël. Deze stam kreeg een gebied toegewezen in het zuiden van Kanaän, tussen de gebieden van Juda en Efraïm.
Uit de stam Benjamin kwamen later ook belangrijke Bijbelse figuren voort, waaronder koning Saul, de eerste koning van Israël, en de apostel Paulus, die zich in het Nieuwe Testament eveneens beroept op zijn afkomst uit deze stam.